Willem de Vlam
Toneel om naar uit te kijken
  • Ik bel niet, jij belt niet. Als we alletwee niet bellen moeten we ook alletwee niet zeuren, of ben ik nou gek?
    Evert  in:  ‘Hond’
  • Ik wil iets vertellen over wat ik heb meegemaakt.
    Groen  in:  ‘Drie’
  • Je ziet eruit alsof je slecht slaapt. Volgens mij heb je ook weinig seks. Weinig vrienden. Weinig geld. Weinig lol. Je bent grouw en schuw. En daar maak ik me zorgen over.
    Albert  in:  ‘Hond’
  • Je zag mensen in de gaten krijgen wat er veranderd was Hoe belangrijk informatietechnologie geworden was We wisten niet dat ze er vooral bang van zouden worden
    Iris  in:  ‘Blind’
  • Elke keer dezelfde kutgeintjes. En ik heb het je altijd vergeven. Want jij was uiteindelijk mijn broer. Maar dat was niet zo, he? Uiteindelijk? Jij bent niet mijn broer. Niet als het er op aan komt. Zoals nu.
  • Mijn broer belt niet vaak, maar als hij belt, zeker als hij 's nachts belt, dan wil hij altijd heel veel zeggen.
  • Ik wil drinken op een nieuwe vriendschap. De oude was ook mooi, maar hij is mooi als muziek op casettebandjes die je nooit meer draait en die je ook niet weg wil gooien.
    Albert  in:  ‘Hond’
  • En toch gaat ook bij ons het overtreden van de regels niet vanzelf; ook wij vrezen de straf van onze dorpsgenoten; de roddels, de uitsluiting. We overtreden met even veel moeite als ieder ander, de ongeschreven wetten die ons door de volksverhalen worden ingeprent. Maar we overtreden ze wel.
    John  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Ik heb gemerkt dat je ook teveel kunt schilderen. Vorige week zag ik ineens een zeehond zitten. Precies waar je nu staat.
    John  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Wij zijn de ganzen die kwaad snateren en klapwieken als de barbaren voor de poort staan. Wij zijn ook de eersten wiens nek wordt omgedraaid als de hordes binnen de muren komen
    John  in:  ‘Kanonnenvlees’
cross