Willem de Vlam
Toneel om naar uit te kijken
  • Mo verdween naar verre vreemde plaatsen, waar dingen als kleren ontzettend belangrijk waren. Ons leven viel helemaal stil. We waren net twee waterskiërs die achter een speedboot hingen, maar de kabel brak. We zwommen weer naar de wal. Het terrein van de gewone mensen. Waar we horen. Hè, Ger?
    Ticho  in:  ‘Overwinteren’
  • Kijk! Staat er hier niet verdomd soepele, jonge vrouw voor je neus? En draagt die soms niet jouw kind? Dit is geluk John, dit is geluk! Ik ben geluk dat voor je staat! En jij bent een aap!
    Wieke  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Ik dacht eerst dat ze alleen maar kwam logeren. Ik bleef maar vragen: Mam? Pap? Wanneer gaat Nadia nou weer naar huis? Maar ze ging niet weg.
  • Wij zijn de ganzen die kwaad snateren en klapwieken als de barbaren voor de poort staan. Wij zijn ook de eersten wiens nek wordt omgedraaid als de hordes binnen de muren komen
    John  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Ik wil iets vertellen over wat ik heb meegemaakt.
    Groen  in:  ‘Drie’
  • Ja, ik mis jou ook liefje. Maar het is toch ook leuk bij mamma thuis? O? Maar wat zei mamma dan over pappa? O. Jaja.
    Roel  in:  ‘Hond’
  • Het is niet een gek idee dat als je je goed voelt; dat je dan in elk geval íets goed aan het doen bent. Toch? Maar dat hoeft dus helemaal niet zo te zijn. Je kan ook best bezig zijn je leven voorgoed naar god te helpen en je ondertussen súper voelen. Dat dat kan. Dat is behoorlijk oneerlijk. Of oneerlijk... Onhándig.
    Mo  in:  ‘Overwinteren’
  • Mijn broer belt niet vaak, maar als hij belt, zeker als hij 's nachts belt, dan wil hij altijd heel veel zeggen.
  • Het ding met gebaren is, dat ze niet zo veel voorstellen als je niet weet wat diegene er mee probeert te zeggen.
  • Ik bel niet, jij belt niet. Als we alletwee niet bellen moeten we ook alletwee niet zeuren, of ben ik nou gek?
    Evert  in:  ‘Hond’
cross