Willem de Vlam
Toneel om naar uit te kijken
  • Ik dacht eerst dat ze alleen maar kwam logeren. Ik bleef maar vragen: Mam? Pap? Wanneer gaat Nadia nou weer naar huis? Maar ze ging niet weg.
  • Mo verdween naar verre vreemde plaatsen, waar dingen als kleren ontzettend belangrijk waren. Ons leven viel helemaal stil. We waren net twee waterskiërs die achter een speedboot hingen, maar de kabel brak. We zwommen weer naar de wal. Het terrein van de gewone mensen. Waar we horen. Hè, Ger?
    Ticho  in:  ‘Overwinteren’
  • En toch gaat ook bij ons het overtreden van de regels niet vanzelf; ook wij vrezen de straf van onze dorpsgenoten; de roddels, de uitsluiting. We overtreden met even veel moeite als ieder ander, de ongeschreven wetten die ons door de volksverhalen worden ingeprent. Maar we overtreden ze wel.
    John  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Nee, niks 'Emma'. Dit is mijn laatste avond. Straks ben ik dood. En je kan me heel gemakkelijk gelukkig maken. Een paar beloftes. Dat is alles.
    Emma  in:  ‘De Muurspecht’
  • Ik heb gemerkt dat je ook teveel kunt schilderen. Vorige week zag ik ineens een zeehond zitten. Precies waar je nu staat.
    John  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • 't is interactief theater. Het publiek is heel de stad.
    En als 't klaar is buigen wij en branden de tent plat.
    Zo zullen we de van Amstels wat zand in d'ogen strooien.
    Nu hopen dat niemand daar gehoord heeft van 't paard van Troje.
    Vosmeer  in:  ‘Gijs van Amstel’
  • En toen ik die detectives niet meer kon volgen, verschoven we de grens nóg een stukje. En nóg een. Als ik geen verhaal meer kon lezen. Als ik films niet meer kan volgen. Als ik de krant niet meer kan lezen. Als ik strips niet meer kan lezen. En straks kan ik Nijntje niet meer volgen. En je kunt iemand die Nijntje niet meer kan volgen niet een sp
    Emma  in:  ‘De Muurspecht’
  • Ja, ik mis jou ook liefje. Maar het is toch ook leuk bij mamma thuis? O? Maar wat zei mamma dan over pappa? O. Jaja.
    Roel  in:  ‘Hond’
  • Ik bel niet, jij belt niet. Als we alletwee niet bellen moeten we ook alletwee niet zeuren, of ben ik nou gek?
    Evert  in:  ‘Hond’
  • Wij zijn de ganzen die kwaad snateren en klapwieken als de barbaren voor de poort staan. Wij zijn ook de eersten wiens nek wordt omgedraaid als de hordes binnen de muren komen
    John  in:  ‘Kanonnenvlees’
cross