Willem de Vlam
Toneel om naar uit te kijken
  • Wij zijn de ganzen die kwaad snateren en klapwieken als de barbaren voor de poort staan. Wij zijn ook de eersten wiens nek wordt omgedraaid als de hordes binnen de muren komen
    John  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Je zag mensen in de gaten krijgen wat er veranderd was Hoe belangrijk informatietechnologie geworden was We wisten niet dat ze er vooral bang van zouden worden
    Iris  in:  ‘Blind’
  • En trouwens, mijn moeder was misschien makkelijk maar niet te koop.
    Evert  in:  ‘Hond’
  • Ik wil iets vertellen over wat ik heb meegemaakt.
    Groen  in:  ‘Drie’
  • Kijk! Staat er hier niet verdomd soepele, jonge vrouw voor je neus? En draagt die soms niet jouw kind? Dit is geluk John, dit is geluk! Ik ben geluk dat voor je staat! En jij bent een aap!
    Wieke  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Ja, ik mis jou ook liefje. Maar het is toch ook leuk bij mamma thuis? O? Maar wat zei mamma dan over pappa? O. Jaja.
    Roel  in:  ‘Hond’
  • Godver ik sta helemaal stijf van de adrelanine. Moet je ruiken. Ik stink helemaal van de stress. Ruik je dat? O, wat heb ik hier een hekel aan. Dit vind ik altijd een heel erg onplezierige emotie om in te zitten.
    Evert  in:  ‘Hond’
  • Ik wil drinken op een nieuwe vriendschap. De oude was ook mooi, maar hij is mooi als muziek op casettebandjes die je nooit meer draait en die je ook niet weg wil gooien.
    Albert  in:  ‘Hond’
  • Ik zie twee mannen, twee gezichten die niet met hun ogen knipperen. En opeens realiseer ik me dat dat alleen maar zo lijkt omdat zij op exact hetzelfde moment als ik met hun ogen knipperen.
    Rood  in:  ‘Drie’
  • Het gaat er niet om of ik trouw ben aan mezelf. Alsof er een zelf is die ik op een of andere manier in de steek kan laten.
    Wieke  in:  ‘Kanonnenvlees’
cross