Willem de Vlam
Toneel om naar uit te kijken
  • Kijk! Staat er hier niet verdomd soepele, jonge vrouw voor je neus? En draagt die soms niet jouw kind? Dit is geluk John, dit is geluk! Ik ben geluk dat voor je staat! En jij bent een aap!
    Wieke  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Ik wil drinken op een nieuwe vriendschap. De oude was ook mooi, maar hij is mooi als muziek op casettebandjes die je nooit meer draait en die je ook niet weg wil gooien.
    Albert  in:  ‘Hond’
  • Ik heb gemerkt dat je ook teveel kunt schilderen. Vorige week zag ik ineens een zeehond zitten. Precies waar je nu staat.
    John  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Ik zie twee mannen, twee gezichten die niet met hun ogen knipperen. En opeens realiseer ik me dat dat alleen maar zo lijkt omdat zij op exact hetzelfde moment als ik met hun ogen knipperen.
    Rood  in:  ‘Drie’
  • Ik bel niet, jij belt niet. Als we alletwee niet bellen moeten we ook alletwee niet zeuren, of ben ik nou gek?
    Evert  in:  ‘Hond’
  • Het is niet een gek idee dat als je je goed voelt; dat je dan in elk geval íets goed aan het doen bent. Toch? Maar dat hoeft dus helemaal niet zo te zijn. Je kan ook best bezig zijn je leven voorgoed naar god te helpen en je ondertussen súper voelen. Dat dat kan. Dat is behoorlijk oneerlijk. Of oneerlijk... Onhándig.
    Mo  in:  ‘Overwinteren’
  • Kunnen we niet gewoon een familie met een geschiedenis zijn? Die heb je toch gewoon?
  • Het gaat er niet om of ik trouw ben aan mezelf. Alsof er een zelf is die ik op een of andere manier in de steek kan laten.
    Wieke  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Op papier ben ik in de zevende hemel
    Gerbrand  in:  ‘Overwinteren’
  • Elke keer dezelfde kutgeintjes. En ik heb het je altijd vergeven. Want jij was uiteindelijk mijn broer. Maar dat was niet zo, he? Uiteindelijk? Jij bent niet mijn broer. Niet als het er op aan komt. Zoals nu.
cross